Array
(
    [0] => Array
        (
            [Content] => Array
                (
                    [id] => 19069
                    [text] => 

[H1] => [H2] => [intro] => [include] => [user_id] => 0 [_created] => 2012-08-15 12:37:43 [_modified] => 0000-00-00 00:00:00 ) [Element] => Array ( [id] => 19 [element_type_id] => 35 [languages_prefix] => [content_id] => 19069 [auth_company_id] => ) [ElementType] => Array ( [id] => 35 [name] => ROGO - Mannelijke arts 1 ) [NodeElement] => Array ( [id] => 182 [element_id] => 19 [node_id] => 15258 [position] => right [order] => 182 ) ) )

Nieuws

Mobiel skills lab bezoekt Delft

Deze week stond er naast het Reinier de Graaf Ziekenhuis een mobiel lab in de vorm van een zwarte vrachtwagen.
lees verder

Opereren op een andere locatie

Opereren op andere locaties Het Reinier de Graaf ziekenhuis wil patiënten de beste zorg bieden.
lees verder

Financieringsovereenkomst voor bouw Orthopedisch Centrum

De Reinier Haga Groep (RHG) en ABN AMRO hebben woensdag 18 oktober de financieringsovereenkomst ondertekend voor een nieuw te bouwen Orthopedisch Centrum.
lees verder

Orthopedisch centrum nieuwe standaard in zorg

Binnen twee jaar verrijst er naast het LangeLand Ziekenhuis een Orthopedisch Centrum dat een nieuwe standaard zet voor excellente zorg.
lees verder
Nieuwsarchief >>
ISO 9001

Schouder

 

Het schoudergewricht is een zeer beweeglijk gewricht, wat nodig is om onze handen zo goed mogelijk in de ruimte te positioneren. Het gewricht kent echter weinig stabiliteit, zodat veel afhankelijk is van omliggende bandjes, spieren en pezen, om het gewricht in de kom te houden.
Dit alles maakt het schoudergewricht een fraai en uniek stukje mechaniek! 
 

In het nu volgende overzicht wordt de anatomie van de schouder beschreven.
Hierbij wordt een volgorde van binnen naar buiten aangehouden.
 

Het skelet:

De schoudergordel bestaat uit een keten van 3 gewrichten;

1: het gewricht tussen het sleutelbeen en het borstbeen: het sternoclaviculaire of SC- gewricht.
2: het gewricht tussen het sleutelbeen en het afdakje van het schouderblad of acromion: het acromioclaviculaire of AC- gewricht
3: het gewricht tussen het uiteinde van het opperarmbeen of humerus en de kom van het schouderblad , ook wel het glenoid genaamd, vormen samen het glenohumerale gewricht.
 

Labrum en ligamenten


Het uiteinde van de humerus is bolvormig. Het kommetje van het schouderblad, het glenoid, is echter ondiep en een stuk kleiner dan de kop van de humerus.
Om het kommetje wat te verdiepen zit er om de rand van het glenoid een ring van kraakbeen. Dit is het labrum. Het labrum dient ook als bevestiging van een aantal banden of ligamenten die een belangrijke rol spelen in de stabiliteit van de schouder.
Deze ligamenten zijn verdikkingen in het kapsel. Het kapsel omvat als een soort jasje de kop en kom van de schouder.
Een belangrijke bandstructuur is het onderste ligament, het inferior glenohumerale ligament, dat als een hangmat is uitgespannen tussen de kop en de kom. We onderscheiden een voorste deel en een achterste deel. Het voorste deel is een belangrijke veiligheidsgordel , met name als de schouder in een werppositie wordt gebracht en de kop zich ten opzichte van de kom naar voor verplaatst en dreigt af te glijden. Zo hebben de diverse ligamenten hun stabiliserende functie in bepaalde posities van het schoudergewricht.

Tot nu toe hebben we het gehad over het skelet, het labrum en de ligamenten. Dit zijn de zogenaamde statische onderdelen. Het nu volgende gaat over de spieren van de schoudergordel, de dynamische onderdelen.
 

De rotatorcuff spieren en de biceps

.
Het schoudergewricht wordt omgeven door pezen en spieren van de rotatoren cuff. Dit is een soort manchet of cuff van een viertal pezen die aanhechten op de kop van de humerus. De spieren die aan deze pezen zitten vinden hun oorsprong op het schouderblad of scapula. De 4 spieren zijn de subscapularis aan de voorzijde van de schouder, de supraspinatus aan de bovenzijde van de schouder, en de infraspinatus en teres minor aan de boven en achterzijde van de schouder. Deze spieren heten samen de rotatorencuff en hebben ondermeer als functie de bovenarm te draaien of te roteren. Zo zorgt de subscapularis voor het naar binnen draaien van de bovenarm ook wel endoroteren genoemd, de supraspinatus voor het opzij bewegen of abduceren van de bovenarm, en de infraspinatus en teres minor voor naar buiten draaien of exoroteren van de bovenarm.
Daarnaast zorgt de rotatorcuff ervoor dat de schouderkop stevig in de kom wordt gehouden tijdens het bewegen.

De biceps is een spier in de bovenarm die aan de onderzijde uitmondt in één pees naar de elleboog welke wordt gebruikt voor het buigen van de elleboog. De biceps heeft 2 pezen aan de bovenzijde. 1 daarvan is de lange bicepspees, die over de kop van de schouder het gewricht inloopt, tussen de subscapularis - en de supraspinatuspees door. Deze lange bicepspees hecht aan op het bovendeel van de kom, waar het overvloeit in het bovenste deel van het labrum. Dit deel wordt ook wel het bicepsanker genoemd. De korte kop zit vast aan het processus coracoïdeus of ravenbekuitsteeksel van het schouderblad.
De lange kop van de bicepspees zorgt er mede voor dat de kop van de humerus goed in de kom blijft tijdens armbewegingen.
 

Oppervlakkig gelegen spieren.

Oppervlakkig van de rotatorencuff liggen nog een aantal grote spieren. De belangrijkste is de schouderkapspier of deltoideus. Deze spier loopt van het schouderblad naar de bovenarm. Het is een sterke spier die de bovenarm omhoog, opzij en naar achter kan bewegen. Belangrijk is wel het samenspel van deze sterke spier met de rotatoren cuff. Zonder de rotatorencuff zou de deltoideus de schouderkop naar boven tegen het schouderdak aan trekken.